Over het kijken

 

Ik moet af en toe opnieuw wakker worden. Zoals nu. Ik kijk om mij heen en het voelt alsof ik alles voor de eerste keer gadesla. -ik weet mij nog goed te herinneren dat ik naast mijn moeder stond en op mijn tenen net over het randje van het aanrecht kon zien hoe zij de karbonades aan het kruiden was. Ik werd mij toen voor het eerst van alles gewaar, en besefte ook voor het eerst dat ik bestond. Het was alsof ik wakker werd van een lange droom die ik mij niet meer kon herinneren- Om iedere voorbijganger een fragment van zijn of haar leven te volgen. Van alles kleine uitsneden te maken met je ogen. Soms komen de toevalligheden samen tot een prachtig beeld! Eigenlijk weet ik alles wel, heb ik de bijzonderheden al vele malen eerder opgemerkt. Maar ik lijk het steeds weer opnieuw te vergeten, ik moet mij er steeds weer aan herinneren. Nooit mag het mij gewoon worden. De herhaling zal wel nooit stoppen. Nu, laat ze nooit stoppen met herhalen! Ze moet gewoon steeds weer laten zien hoe bijzonder ze is. Omdat we het steeds opnieuw vergeten. Op een dag zag ik een tentoonstelling van Juul Kraijer. Zij omhelst de hele wereld met haar tekeningen (zij belichaamt ze zelfs in de letterlijke zin). In mijn favoriete tekening van haar, weet zij precies te vertellen waarom je als persoon zo graag bemint wil worden; een gezicht met rondom haar de aanraking van liefkozende handen, zij bestaat uit niets dan deze handen, de aanraking die haar aanwezigheid bepaalt, die maken dat zij bestaat. Ik denk dat je niet alleen in je zelf bestaat, je moet ook in andere mensen bestaan; dat neemt de twijfel weg. Je hebt anderen nodig om jezelf aan te kunnen raken.

 

De aanraking als een liefkozing; 

een gewaarwording als in duizend vallende handen

die je een voor een bedekken 

en je niet meer los laten

die je dragen naar een ander zijn oog

en je hart opentrekken

Je gevoel naar het uiterste van je schil doet rijzen 

waarmee je ook jezelf aanraakt. 

 

 

De dingen zijn voor mij het interessantst als ik ze van de buitenkant van 'de schil' bekijk. Dat doe je door de dingen om te keren. Je kunt dit op verschillende manieren doen. Zoals de manier waarop de aanblik van de dode vissen op de markt mij fascineert. Hoe zij op het droge een nieuw leven hebben in het sterven (het opnieuw sterven!) De constante verandering die zij ondergaan, een proces dat met het blote oog in het moment maar moeilijk te vangen is, maar continue in beweging blijft en aan verandering onderhevig is. (kan ik dit vergelijken met een menselijk lichaam dat onder water aan het ontbinden is?) Misschien kent iemand ook wel het filmpje dat een aantal jaren geleden in de Hallen in Haarlem gedraaid werd: een zwart wit projectie van een ontbindende zebra waarbij het door de versneld op elkaar volgende beelden leek alsof het nog adem haalde. Ik heb geprobeerd deze nieuwe dood van de vis op de markt onder woorden te brengen, al vond ik dit heel moeilijk:

 

 

Dit verwoord haar traagheid; in haar liggen, in haar stilte

leeft ze opnieuw 

zij houdt het water vast in haar

ogen de mond nog licht geopend 

en geen moment is zij dezelfde

alleen een foto kan haar kieuwen vastbinden

alleen in het stilstaan van het licht

is zij dood

 

 

De andere manier van kijken ligt meer aan de oppervlakte van het zien: het directe omdraaien, de onzekerheid die ontstaat als je jezelf afvraagt wat nu wat aanraakt. Het helderste voorbeeld hiervoor dat ik kan geven is de vraag wanneer je omhoog kijkt naar de takken van een boom die in de lucht snijden: doorklieven deze takken nu de lucht of worden deze takken omarmt door deze lucht? Deze eerste optie doet mij als gewelddadig voor, als een leven dat zich opdringt . De tweede optie heeft meer iets liefelijks: deze lucht die dit leven omarmt en tegemoetkomt. Voor mij ligt hier een kern van poëzie. Ik moet alles aanraken om het bestaan ervan gewaar te worden en dat kan ook met woorden. Ik kan geen licht zijn, ik kan wel manieren vinden om het te vervangen. Het licht moet voor ons bewustzijn immers eerst in onze ogen gereflecteerd worden, nadat het op de dingen valt die wij gewaarworden. Ik heb nog een tweetal gedichten waarin ik de dingen andersom probeer te bekijken.

 

Ik zit in de trein en wij zijn

omringt door zwarte spiegels

gezichten slapen tegen de afketsende

regen muziek stemt mijn hoofd in deze

sluimering van het zwarte nat, 

in de gele straatlampen die het moment

delen van mijn buitenblik

Stem als de regen straatnat:

sluimering legt de woorden in mijn hand

 

 

Een mot.

Nog niet

in het kleinste

geïnteresseerd

in de twee blauwe

vijvers aan de

andere kant van het glas

in de grote roze leegte,

starend.

 

 

Tineke Noppers         

2007